Theorie-examen: meeste fouten op voorsorteren en toestand eigen auto

Op het theorie-examen worden vragen over de plaats op de weg, over voorsorteren en over risico’s door de eigenschappen en toestand van de eigen auto het vaakst fout beantwoord. Vragen over de toestand van de bestuurder door vermoeidheid, alcohol of drugs leveren amper problemen op. Dat blijkt uit cijfers van de theorie-examens voor het rijbewijs B van de afgelopen vier jaar.

De cijfers werden bij het CBR opgevraagd door VerkeersPro. Daaruit bleek verder dat examenkandidaten gemiddeld iets meer dan 6 vragen per examen fout beantwoorden op het onderdeel kennis en inzicht, waar 5 fouten toegestaan zijn. Op het onderdeel gevaarherkenning worden gemiddeld bijna acht fouten gemaakt op een totaal van 25. Er zijn echter op dit onderdeel 12 fouten toegestaan.
 
Meeste fouten
De vragen van het theorie-examen zijn voor het algemene kennis en inzicht-gedeelte opgedeeld in 25 categorieën. Al deze onderwerpen moéten aan bod komen in het theorie-examen. Voor het onderdeel gevaarherkenning zijn slechts twee categorieën.
 
In de categorie ‘risico’s i.v.m. eigenschappen en toestand eigen voertuig’ worden de meeste fouten gemaakt. Bijna één op de vier vragen hierover worden fout beantwoord. Bij ‘plaats op de weg en voorsorteren’ en ‘stilstaan en parkeren’ wordt bijna één op de vijf vragen fout beantwoord tijdens het theorie-examen. Dat geldt ook voor ‘risico’s i.v.m. aanwezigheid en gedrag ander verkeer’.
 
Het zijn de inzichtvragen waar het fout op gaat, zo laat CBR-woordvoerder Nathalie Dingeldein weten. “Een onderdeel als de plaats op de weg en voorsorteren vereist van een kandidaat meer dan kennis van de regels. Hier gaat het traditiegetrouw vaker op fout.” Dat bevestigt ook Verjo-directeur Chris Verstappen, uitgever van theorieboeken voor onder andere het autotheorie-examen. “Verkeersregels zijn niet direct het probleem. Met name inzichtelijke vragen die specifiek zijn voor autorijden, zoals technische eisen die aan de auto worden gesteld en de taal van de weg, leveren kandidaten veel meer moeite op. Omdat ze voor de eerste keer met deze kennis worden geconfronteerd.”
 
Algemene kennis
Op bepaalde categorieën worden juist amper fouten gemaakt. Zo worden bij het onderwerp ‘risico’s in verband met toestand bestuurder’ amper fouten gemaakt. 90,1 procent van de aan dit onderwerp gerelateerde vragen worden goed beantwoord. “Dit gaat over de effecten van bijvoorbeeld vermoeidheid, alcohol en drugs”, licht Dingeldein toe. “Kandidaten weten hoe dit zit, dat is vaak algemene kennis.”
 
Over het algemeen ontlopen de succesratio’s van de verschillende onderwerpen elkaar niet veel: van bijna alle categorieën worden de vragen in ongeveer 80-85 procent van de gevallen goed beantwoord. Het maximum van vijf fouten betekent echter dat een totale score van 88 procent nodig is om te slagen. Het is dan ook niet vreemd dat het slagingspercentage voor het theorie-examen onder de vijftig procent ligt.
 
Onoverzichtelijk voor rijscholen en leerlingen
Het grote aantal categorieën dat wordt gehanteerd bestaat al sinds 1983. Destijds was het nog niet verplicht om deze allemaal aan bod te laten komen, maar nu wel. Daarom denkt Verstappen dat het tijd is voor een herziening. “Het maakt moeilijk inzichtelijk waar nu echt de pijnpunten liggen voor de leerling. En ook voor rijscholen is het lastig. Bij de theorielessen kan moeilijk op een bepaald onderwerp worden ingezoomd. Als iemand acht fout maakt op het examen, zit dat misschien wel verspreid over zes of zeven onderwerpen. Dat maakt de herhalingsstof erg detaillistisch waardoor de leerling het overzicht verliest.”
 
In de nieuwe lesmethodes heeft Verjo de theorie georganiseerd op basis van de ministeriële regeling theorie-examens. Hierin wordt alle stof in acht onderwerpen georganiseerd. Verstappen denkt dat een dergelijke indeling positief uit kan werken. “En dat allemaal met slechts één uitgangspunt: houd het simpel voor de leerling.”
 
Lars Verpalen